BACK BACK to publications
Olav Cleofas van Overbeek

Van Zien en Zijn

Deze catalogus is verschenen ter gelegenheid van de tentoonstelling van Olav Cleofas van Overbeek, 24 mei t/m 21 juni 2008, en is samengesteld en geschreven door Koen Nieuwendijk. (16 pagina's, 25 afbeeldingen in kleur, ISBN 978 90 70402 235)


De vorm van de kom is in essentie het oergebaar van de handen, naar boven geopend en met de zijkanten van de palmen tegen elkaar gedrukt, waarin water kan worden opgevangen, en waaruit kan worden gedronken. Wat zal verder de volgorde zijn geweest? Vermoedelijk nam men bladeren, en later uitgeholde houten vormen. Zou ook toen al een plotseling inzicht ervaren worden als een eureka, zoals het vormen van klei tot iets wat op het gebaar van twee handen leek, en dat door het te bakken duurzaam gebruikt kon worden? De sprong naar ons beleven van verstilde vormen, waarvan het gebruik niet meer als criterium telt, is immens, en leidt omgekeerd tot de vraag hoe wij dat uitgelegd zouden kunnen krijgen als erom werd gevraagd.


Wanneer mocht glans in de betekenis van het woord reflectie zich verheugen in meer dan in een dienende rol van stofuitdrukking? Het zal te maken hebben met de oorspronkelijke functie – poreus aardewerk ondoorlaatbaar maken voor vloeiststoffen, later wellicht ook uit hygiënische overwegingen, en nog weer later in het kader van zorgen van esthetische aard. De glans, de reflectie van een gebruiksvoorwerp lijkt als schilderkunstig fenomeen pas te zijn opgepakt in de zestiende eeuw, gezien de ruime aandacht voor glas en spiegelingen sindsdien. Of dat opmerkelijk is? Hoe verder verwijderd van het gebeuren zelf, hoe eenvoudiger de verklaring klinkt, dus waarom zou je daar bij stilstaan? Dat komt omdat de gedachte zich aan mij opdringt dat de manier waarop Olav Cleofas van Overbeek weerspiegelingen in zijn schilderijen bijna ongemerkt een filosofische lading meegeeft, aansluit bij het vermogen van de westerse sensitieve mens inzicht te distilleren uit vermenging van woord en beeld. In die zin dat ruimte niet in dimensies hoeft te worden gemeten, noch het zijn in bewijs van aanwezigheid.


De verschuiving van de perceptie van licht door de eeuwen heen kan ook niet bogen op buitengewoon veel aandacht. Wanneer werd vensterglas een massaproduct? Vóór die tijd was ander licht dan direct daglicht binnenshuis een grote luxe, waardoor je bijna zou zeggen dat het claire obscure is voortgekomen uit nooddruft, en zeker niet als iets opvallends, laat staan romantisch werd gezien. Het was in feite al goed als je iets kon zien, want duisternis blokkeert de reguliere menselijke activiteit. Waarop ik dan graag inspring door te stellen dat die talloze soorten licht die we tegenwoordig op bevel kunnen oproepen, strijden met het licht dat de geest wenst. Maar de geest wenst altijd iets anders dan er is, dus pas als het geheim ondragelijke vormen aanneemt, accepteren wij de adembenemendste oplossing en erkennen wij onze meerderen in uitzonderlijke schilders als Olav Cleofas van Overbeek, die uit die grote verscheidenheid van licht het enige juiste kiezen en het vastleggen en het ons aanbieden.



ON SEEING AND BEING

This catalogue has been published at the occasion of Olav Cleofas van Overbeek's solo exhibition, May 24 - June 21 2008, and is compiled and written by Koen Nieuwendijk. (16 pages, 25 full colour reproductions, ISBN 978 90 70402 235)


In essence the bowl shape is the primordial gesture of the human hands: palms up, outsides pushed together, to enable the collection of water and presenting a drinking vessel of sorts. What could the further evolution of the bowl have looked like? Largish leaves probably got involved at some stage followed by scooped out wooden forms. Could it be that even in those early days, a sudden insight was experienced as a eureka, such as the discovery that clay could be moulded into something resembling cupped hands and firing made the resultant object suitable for recurrent use? It is a giant leap to our latter-day appreciation of tranquil shapes whose use has ceased to count as a criterion, and one which conversely prompts the question as to how we could have it explained to us if an explanation were requested.


At what time did lustre – as in “reflection” – become more than the facilitator of substantive expression? There is probably a connection with the original purpose: that of rendering porous earthenware impermeable to liquids, arguably followed at a later stage by hygiene-related concerns and, later still, by deliberations of an aesthetic nature. The sheen, the reflection of a utensil as a painting phenomenon appears not to have been picked up on until the 16th century, if the extensive interest in glass and reflections since that time is anything to go by. Is this a remarkable phenomenon? The greater the distance from the actual event, the simpler the explanation sounds, so why worry about it? Because I can’t escape the thought that the way in which Olav Cleofas van Overbeek unobtrusively bestows a philosophical quality upon reflections in his paintings ties in with the ability of sensitive occidental souls to coax judgment out of the mix of language and imagery, in that spatiality is not necessarily measured in dimensions, nor does “being” by definition require actual presence.


The shift in the perception of light through the ages is another example of a somewhat underrated phenomenon. When did sheet glass become a mass product? As any light at all other than plain daylight was pretty thin on the ground before, one could be tempted to argue that the phenomenon of chiaroscuro has been the product of indigence, and is something which was certainly not regarded as anything special, never mind as a thing of romance. Being able to make anything at all out was good enough, darkness having a way of hampering regular human activity. To which I’d like to respond by stating that the endless varieties of light which today we are able to conjure up whenever we feel like it are at odds with the light which the soul craves. Then again, the soul has a habit of craving that which is not in supply, and so it is not until the secret has adopted unbearable forms that we accept the most breathtaking solution of them all and bow to virtuoso painters like Olav Cleofas van Overbeek, who from this wide variety of light have made the one perfect choice for us to consider.
BACK