BACK to Publications      BACK
Catalogus 2006
Theo Voorzaat



Kringloop van Gedachten

In het merendeel van de schilderijen van Theo Voorzaat figureren gebouwen, die zich, hoe bijzonder zij soms ook zijn, een ru´neuze weergave moeten laten welgevallen die past in de visie van de schilder. Voorzaat beschouwt het mensdom als een menigte druk doende individuen, die steeds moeten constateren dat het anders afloopt dan zij dachten. Hij speelt daarbij in op de nostalgie van het "vroeger was alles beter"-gevoel, waarvoor de bouwvallen zich uitstekend lenen, en op technologie als bron van hoop en van mislukkingen tegelijk. De mens, hij geeft niet op, ook niet in de schilderijen van Voorzaat. De mens doet onophoudelijk pogingen - mogen we best hero´sch noemen - om hogerop te komen, en strooit zich daarbij even onophoudelijk zand in de ogen. Veel zo niet alles van wat hij bedenkt leidt tot rampen en chaos, teleurstelling en onbegrip, maar een onverwoestbare hoop drijft hem verder. Een van de talenten van Voorzaat is het in balans brengen van het negatieve met het positieve, door middel van een verscheidenheid van versymboliseerde vruchten van vooruitgang, overgoten door soorten van licht, die soms dwars tegen elke logica in ruimte geven voor hoop op betere tijden. Het is die hoop die steeds gloort in de schilderijen van Voorzaat, dwalend als verzoenend licht tussen de toekomstige restanten van onze beschaving.

Zo moest ook het Huis met de Hoofden er aan geloven. Het is frappant hoe de historie van dit uit de 17e eeuw daterende Amsterdamse grachtenhuis zelf aansluit bij de thematiek van Voorzaat. Er hebben mensen gewoond en gewerkt, gesproken en gedacht, geleden en gelachen. Een van de bewoners was een wapenhandelaar, maar ook de Tsjechische geleerde Comenuis vond er onderdak. In de loop van de 19e eeuw was er een middelbare school gevestigd, later gevolgd door het conservatorium van Amsterdam. De laatste gebruiker was de Amsterdamse Bureau Monumentenzorg. De muren van dat huis hebben op allerlei manieren gehoord hoe het klonk of zou moeten klinken. Zouden wij er wat aan hebben als die stenen konden spreken? Stelt u zich voor dat een nieuwe uitvinding het mogelijk maakt een mobieltje met een baksteen te verbinden, en met al die ooit vergaarde maar weer verloren gegane wijsheid alsnog ons leven te veraangenamen? Maar nee, volgens het penseel van Voorzaat raken wij dan verstrikt in onoplosbare ongerijmdheden, dus in plaats van dat het helpt wordt de chaos alleen maar groter.

De positie van Voorzaat in het landschap van de beeldende kunst zou men kunnen typeren als die van een nuchtere profeet. Een surrealist is hij niet, sociaal engagement is ook niet zijn prioriteit, zij het dat wie zich mengt in het aardse reilen en zeilen onherroepelijk in aanraking komt met dilemma's van goed en kwaad. Als schilder is Voorzaat bij wijze van spreken de personificatie van een vorm van overleven die drijft op het besef dat je als individu veel hebt te slikken, weinig kunt veranderen maar toch beter de positieve kant van het bestaan kunt onderkennen. Hedendaagser en toch tegelijk van alle tijden kan het niet. Wie in dit verband een godsbesef ter sprake brengt, ziet bijna de schaarse mensen die zijn schilderijen bevolken denken "weet waar je aan begint". Oordelen doet Voorzaat in dit opzicht niet. Het ligt niet in zijn aard zijn tobbende medemens de weg te wijzen. Die mensheid heeft zich al eeuwen in uiteenlopende omstandigheden behagelijk gevoeld, zo lang het duurde, want het decor, de spelers en de teksten veranderden onophoudelijk. Zo'n schilderij als "Dagje Aarde II" staat dan ook dicht bij ons eigen doen en laten. U lopen de rillingen over uw rug als u zich voorstelt ÚÚn van die bezoekers te zijn aan wat rest van de aarde? Een wandeling door het oude centrum van Amsterdam is in feite nauwelijks anders, al ligt het wat dichterbij. Want na met Bureau Monumentenzorg decennia lang op stoffelijke wijze het erfgoed gekoesterd te hebben, mag het huis zich nu verheugen op het herbergen van een uitgebreide bibliotheek van boeken en geschriften, die een eeuwenlange zoektocht naar goddelijke openbaring omspannen, en daarmee gestalte geven aan een geestelijke variant van Monumentenzorg.

Over logica gesproken, het lijkt wel of zelfs huizen kunnen hopen.

Koen Nieuwendijk

BACK