|
INLEIDING
Een van de problemen in de westerse wereld is de vraag wat kunst is en wat niet, wie kunstenaar en wie niet. Ook heeft een belangrijk deel van de westerlingen problemen met het nut van kunst, en als er al een iets mooi vindt, hoe leg je dat dan toch uit aan al die onverschillige derden. De grote verscheidenheid aan stromingen in de beeldende kunst maakt het er allemaaal niet makkelijker op. Niet alleen zijn er grote groepen mensen die zich bezig houden met het brandende vraagstuk of kunst onmisbaar is, binnen de kunstwereld zelf staan de aanbidders van de verschillende stromingen bijkans op voet van oorlog met elkaar. Om beurten hekelt de ene groep, hoewel discussies in werkelijkheid niet zo ordelijk verlopen, de onzinnigheid en de overbodigheid van wat de andere groep als toppunt van zintuiglijk en geestelijk genot ervaart. Daargelaten of de gebruikte argumenten zinnig zijn, nooit zullen zij enige verandering bewerkstelligen in de vaststaande mening van de tegenpartij. Voordat iemand de indruk krijgt dat schrijver dezes de grote wijze wil uithangen: ik ben, als mijn medemensen, beperkt en kortzichtig en heb slechts langs rationele weg me een tolerante houding eigen gemaakt. Alles begrijpen is zeer saai, alles mooi vinden eveneens. Juist contrasten vormen de voedingsbodem waarop de gelukzalige gewaarwording van de herkenning gedijt. Op welk terrein de herkenning betrekking heeft is volslagen onbelangrijk. Een absoluut gelijk is er niet uit te distilleren, zelfs het dienen van hogere waarden is een discutabele zaak, in goed nederlands heet dat: de wens is de vader van de gedachte. In dit verband is het grappig te bedenken dat het hedendaagse realisme het voordeel heeft te worden verguisd door culturele gezagsdragers, en niet gebukt te gaan onder de hooggespannen verwachtingen van ombuiging der geesten en omwoeling der maatschappij, en aldus kan bogen op een grotere effectiviteit.
|
"Theo Voorzaat, schilderijen" door Koen Nieuwendijk, Galerie Lieve Hemel Editions Amsterdam, 1985
(sold out) |
|
HET GEHEIM
Geen fenomeen echter laat zich zo een voudig beschrijven. Het is te makkelijk om te zeggen dat Voorzaat zich hoofdzakelijk met doem en ondergang bezighoudt. Zo op het oog slaagt hij erin het naargeestige mooi te maken. Maar hoe? De hang naar leven in een harmonische wereld laat hij niet los, maar ook verbloemt hij zijn angst voor de onhaalbaarheid daarvan niet. Dat resulteert in de merkwaardige combinatie van eliminatie van de mens en het mooi maken van verval. Maar het geheim van de aantrekkingingkracht van zijn werk is daarmee niet doorgrond.
|
![]() Theo Voorzaat "Een Kopje Koffie te Doel" 1981 olieverf/doek (page 38) |
|
In mijn persoonlijke visie zijn er twee hoofdzaken aan te geven, die van elkaars strijdigheid geen last hebben, omdat ze excellereren op twee verschillende niveaus van abstractie. Voorzaat, als mens van deze aarde,heeft ondanks alle doem en dreiging en zijn angst voor de zelfvernietigingsdrang van het menselijk ras, zijn natuurlijke instinct van overleven niet verloren. Slapeloze nachten, bij wijze van spreken, weerhouden hem niet overdag het schone dat er nog is te zien, zich al schilderend in te zetten voor het behoud en het weer te geven. Toch lijkt zijn werk ook doordrongen van een kosmische machteloosheid. Het heelal kent geen waardeoordeel, slechts een opeenvolgen van gebeurtenissen, van opkomst en verdwijnen in wisselende contexten. De mens is in dat geheel een nietig stofje, mag zich, als hij daar prijs op stelt, een schakel in het geheel noemen. Ook dat gevoel van nietigheid is sterk aanwezig in de schilderijen van Voorzaat. De overhand echter heeft de machteloosheid van de ene mens tegenover de onpeilbare krachten die de andere mens heeft opgeroepen. Ja, zelfs een zekere mate van verwijt jegens de slaafse houding van de gemiddelde mens klinkt door in zijn schilderijen. Het mag dan raadselachtig en bedreigend zijn waar de weinige in zijn schilderijen nog aanwezige mensen nog geconfronteerd worden -en dat op een wijze die nog weinig hoop voor de toekomst overlaat- ze hebben het zelf zover laten komen. Merkwaardigerwijs heeft dat verhulde feit tot gevolg dat de toeschouwer zich maar ten dele kan identificeren met het droevig lot dat zijn geschilderde medemens ten deel is gevallen, en dat verklaart wellicht ook voor een deel de overrompelende bewondering voor het werk van Voorzaat, ondanks de in feite angstaanjagende teneur van de geschilderde taferelen. Het ligt dan ook niet in Voorzaats aard zich te beschouwen als de onheilsprofeet van dit tijdperk. Een noordelijk aandoende nuchterheid weerhoudt hem ervan de zeepkist te grijpen en te proberen de mensheid te verbeteren. Laten zien hoe mensen zijn is één ding, wat ze er mee doen is een ander.
BIOGRAFISCH ALLERLEI
De gewoonte van het vermelden van biografische gegevens van een kunstenaar gaat, als het goed is, verder dan een verplicht nummer. Heeft een schilder eenmaal het punt bereikt dat zijn werk opvalt en bewonderd wordt, dan ontstaat er vanzelf belangstelling voor zijn levensloop. De amateurpsycholoog, die in ieder van ons schuilt, probeert verband te leggen tussen de meestal schaarse en fragmentarische gegevens die beschikbaar zijn en het werk zelf. Of het beeld dat de schilder de toeschouwer voorschotelt geheel verhelderd wordt door het uitmeten van zijn levensloop, of dat het de raadsels alleen maar groter maakt lijkt van ondergeschikt belang. Er moet iets inzitten dat alle mensen eigen is, en liefst ook nog iets dat we in onze eigen dromen koesteren en in anderen bewonderen kunnen. In het algemeen speelt het hebben van een bijzonder talent een belangrijke rol in dit geheel, en hoe groter het contrast is tussen de basisgegevens van geboren zijn en de daarop volgende levensloop en dit talent, hoe meer dit tot de verbeelding spreekt. Wie kent niet de dagdromen, waarin men zich vanuit gewone dagelijkse situaties tot de held van het vaderland ziet uitgroeien, en die met een eenvoudige knip van de vinger als een zeepbel uiteenspatten. En hoe fascinerend kan het daarom niet zijn in het werkelijk talent van iemand anders een stukje van die dagdroom terug te vinden.
|
|
VAN SYMBOLEN
Er is in het werk van Voorzaat ontegenzeggelijk sprake van symbolen, en in veel gevallen van situaties die binnen de beslotenheid van het schilderij een symbolische betekenis krijgen. Het woord symbool is hier wat misleidend. Het veronderstelt bekendheid met de achterliggende betekenis, en in dit geval wordt de betekenis pas duidelijk na het aanschouwen van een aantal van z´n schilderijen. Hij geeft, met andere woorden, aan niet als zodanig bekende voorwerpen de uitstraling van een symbool door ze in steeds verschillende situaties te laten terugkeren en daar de reeds aanwezige niet zo vrolijke sfeer op niet mis te verstane wijze te accentueren.
|
![]() "Het Redden van een Stukje Venetië", 1998, voor de gehele afbeelding zie section Artists of the Gallery/Theo Voorzaat |
|
EEN THEMA
Een verhaal apart is het door de jaren heen in Voorzaats schilderijen steeds terugkerende motief van schepen, die vrijwel altijd "No return" heten. De ene keer is het een afgedankt pontje, drijvend op vervuild water, de andere keer op een waterval afstomende sleepboot. Meestal bevestigt het afgebeelde tafereel de overdrachtelijk bedoelde naam van het vaartuig: er is geen terug meer. Bij goed beschouwen van de serie, tot nu toe zeven schilderijen en een tekening, valt het op dat de teneur niet altijd hetzelfde is. In "No return II" (pagina 18) wordt een, weliswaar hopeloze, poging ondernomen te redden wat er te redden valt. Behalve de roerganger zal het toch iedereen duidelijk zijn dat vijf golven en een stormvlaag verder de nu nog ordelijk gerangschikte bakstenen hun spreekwoordelijke zinkeigenschappen in los verband waar zullen maken. Zijn het niet doorzettingsvermogen en naiviteit die misschien positieve, maar vooral ook negatieve krachten hebben losgewoeld? In "No return V" (pagina 24), waarvan de eigenlijke titel "Pont Saint Esprit" is, koerst de sleepboot regelrecht en onmiskenbaar met zijn heel bizarre last op de waterval aan. De ordelijke linie van de sleep wijst op opzet van de sleepbootkapitein, die zich kennelijk tot taak heeft gesteld het drievoudig vertoon van verwerpelijk gedrag op de vlotten achter hem -slaafsheid, zelfvernietiging en zedeloosheid- met wortel en tak uit te roeien.
|
![]() Theo Voorzaat, "No Return II", 1978, potlood tekening0 (pagina 18) ![]() Theo Voorzaat, "Pont Saint Esprit", 1979, olieverf/doek (pagina 57) ![]() Theo Voorzaat, "No Return VI", 1979, olieverf/doek (pagina 26) |