(Deze catalogus is verschenen ter gelegenheid van de tentoonstelling van Ben
Snijders, 6 t/m 30 oktober 1999, en is samengesteld en geschreven door Koen
Nieuwendijk)
Enkele Ordinaten
Het heeft iets aandoenlijks dat in zo'n piepklein landje als Nederland, waar
het officiële kunstleven zich zó graag internationaal wil profileren, dat
juist datgene dat volgens buitenlanders specifiek Nederlands is over het
hoofd wordt gezien, alsnog binnen dat piepkleine sectortje -van in dit geval
figuratie van realistische aard- onderscheid wordt gemaakt per regio. Maar
ik moet toegeven, er is nog iets voor te zeggen ook. Ik doel op het zo nu en
dan opduikende adagium Noordelijke Realisten, waarmee eigenlijk wordt
gerefereerd aan schilders van divers figuratief pluimage, die in het
Noorden, en dan vooral in de provincie Groningen wonen. Dat heeft veel te
maken met de Akademie voor Beeldende Kunst Minerva in Groningen. Op die
academie kon je tijdens al die moeizame jaren van gecompliceerde
kunsttheorieën gewoon leren schilderen, van leraren die het métier zelf
bovengemiddeld beheersten, en nog trouwens, want de kwaliteiten van Matthijs
Röling, Wout Muller en Ger Siks, om er maar een paar te noemen, staan buiten
kijf. Zo wordt ook de in Drente wonende Ben Snijders, tijd- en
academiegenoot van Matthijs Röling, wel tot die categorie van Noordelijke
realisten gerekend. Als een van de beste.
Er is is niettemin iets anders dat minder vanzelfsprekend is. Dat het
stilleven en het naakt in de schilderkunst het einde van de twintigste eeuw
gehaald hebben zal niemand ontgaan zijn, maar dat deze genres alsnog zo'n
grote vlucht zouden nemen, dat was tien jaar geleden niet te voorzien. Dat
de schilderkunst dood zou zijn was weliswaar al een versleten metafoor, al
menigmaal achterhaald en toch weer van stal gehaald, maar de gesel van de
vernieuwing knalde nog op volle kracht, en Noordelijke Realisten, dat durfde
toen niemand hardop te zeggen. Niet dat Snijders zich daar ooit iets van
heeft aangetrokken, die schitterde al op de Dutch Art Fair 1977, de eerste
Nederlandse kunstbeurs, die destijds werd gehouden in de Koepelkerk in
Amsterdam. Kort daarna koos hij voor Galerie Lieve Hemel. Inmiddels duurt de
vruchtbare samenwerking al ruim 20 jaar.
Gestaag bleef Snijders in zijn werk evolueren, zijn schildertrant werd
losser, het licht verdiepte zich, de picturale ingetogenheid onderging een
merkwaardige metamorfose: naar een opperste bescheidenheid in de keuze van
zijn onderwerpen en tegelijk een intensivering van kleur en licht, en
daarnaast een nieuw aspect -ja, wat heet nieuw- voor Snijders was het nieuw
en is en blijft het spannend: het naakt als portret en stilleven tegelijk.
Een mooier voorbeeld van het onvoorspelbare proces van het zoeken is
nauwelijks voorstelbaar. Snijders zelf heeft het altijd over zijn naakten,
alsof die portretjes zo en passant tot stand komen. Misschien is dat zelfs
wel zo, aan de indringendheid ervan doet dat echter niets af.
Achter de schermen, figuurlijk, speelt zich een voortdurende zoektocht af
naar het juiste model, steeds weer keert Snijders terug naar modellen waar
hij al prachtige schilderijen van maakte (Ruth, Fleur, Sanne), soms is daar
opeens de ondoorgrondelijke, bijna duistere, blik met een even geheimzinnige
uitheemse naam: Golbarg. Maar, als Snijders het heeft over het portret van
twee eitjes, blijkt opeens hoe dicht het stilleven en het naakt bij elkaar
liggen, hoe een verbeeldingswereld niet aan een onderwerp kan worden
opgehangen, hoe de psychologie van de passie verwijst naar een wereld waar
figuratie geen doel, maar gereedschap is. Abstractie is dat net zo goed, en
ook daar bedient Snijders zich onbekommerd van. In veel van zijn
schilderijen lijken vlakken, soms uiterst spaarzaam, gevuld met kleur en
licht, hun eigen leven te leiden, ver voorbij het idee van stofuitdrukking.
Natuurlijk, al datgene dat wel iets voorstelt geeft aan elk aangrenzend vlak
een figuratieve functie, maar het menselijk oog kan alsnog besluiten zich
alleen daarin te verdiepen, te kijken totdat de herkenbare omgeving vervaagt
tot een spel puur van textuur van verf, van tintelingen, tot bron van licht
en adembenemende schoonheid.
Notitie bij Woeste Ridderspoor.
Het werk van Snijders heeft op mijn ontwikkeling als galeriehouder een
specifieke invloed gehad. Ik was aanvankelijk nogal streng in de leer, in
zoverre dat mijn voorkeur voor detaillering erg ver ging. Zo kon het
gebeuren dat, als er een tentoonstelling van Ben Snijders moest worden
samengesteld, ik voornamelijk de meer gedetailleerde werken uitkoos. Ben
liet me gaan, er was op dat moment genoeg werk. Maar toch was en is Snijders
binnen de context van Lieve Hemel een buitenbeentje, die schildert daar waar
het hem uitkomt met breed penseel of zelfs met paletmes, die als een der
weinigen in staat is om binnen hetzelfde schilderij een impressionistische
schildertrant te combineren met een včrgaande detaillering, en dat bracht
bij mij een proces op gang. Dank zij Snijders verbreedde ik mijn
gezichtsveld. Ik leerde picturale schoonheid ook in andere dan uiterst
gedetailleerde schilderijen herkennen. Zodat, het leek wel een beloning, ik
later alsnog weer de werken tegenkwam, die ik destijds niet had uitgekozen,
en die ik nu van grote schoonheid vind. Daar is het schilderij "Stilleven
met Ridderspoor" een mooi voorbeeld van.
|