BACK to Van Overbeek     BACK to Publications

* Olav Cleofas van Overbeek *
...het allerstilste licht, en de kleur van een gevoel...

Deze catalogus is verschenen ter gelegenheid van de tentoonstelling van Olav Cleofas van Overbeek, 20 mei t/m 1 juli 2000, en is samengesteld en geschreven door Koen Nieuwendijk.
(16 pagina's, 23 afbeeldingen in kleur,
ISBN 90-7-402-11-4)





Bekentenis

Als u eens wist met welke gedachten op de achtergrond catalogusteksten tot stand komen. Idealiter moeten die een zekere vertrouwelijke toon hebben, maar ook weer niet te veel. Ze zijn te kort om een band met de lezer op te bouwen, effectbejag keert zich tegen je. Als deze beperkingen mij niet op voorhand de mond snoerden, zou ik u vertellen wat de schilderijen van Olav Cleofas van Overbeek bij mij teweeg brengen. En de kans is groot dat u dan al lezende zou denken dat het mij, vanuit mijn taak gezien, toch primair om de verkoop gaat, dus logisch dat ik zoek naar superlatieven. Ik zou u, om kort te gaan, als ik mijzelf niets tegenwierp, vertellen dat ik eens mijn tranen bij een schilderij van van Overbeek niet kon bedwingen. Ik huilde dus. Weliswaar stond ik het schilderij in te pakken, klaar te maken voor verzending naar Amerika, in feite een beladen moment -na een jaar voorbereiden, een jaar reizen en twee nachten doorwerken zonder te slapen, stond ik daar, triomfantelijk en tegelijk geëmotioneerd door het definitieve afscheid, mijn mooiste schilderijen in te pakken en van een postzegel te voorzien- maar dat doet niets af aan het feit dat ik juist door een taboe te doorbreken misbruik zou kunnen maken van de lichte gêne die door een dergelijke bekentenis wordt gegenereerd, alsof het nodig is om u via een omweg te overtuigen van de superioriteit van van Overbeek's stillevens...

De inkt van het voorgaande is nog niet droog, of de natuur neemt een loopje met mijn romantische gevoelens, want terwijl ik peinzend uit het raam van mijn kantoor tuur, verschijnt daar, boven de kruinen van de bomen in de binnentuin, de volmaakte regenboog, waarvan de kleuren toch slechts met moeite kunnen wedijveren met wat van Overbeek aan zijn schilderijen meegeeft, terwijl ik in dezelfde ademtocht besef dat die woorden met hun impliciete overdrijving aan u niet zijn besteed, want adembenemende schoonheid laat zich niet betrappen met zinnen vol cliché's. Gelukkig had ik al besloten dat u even achter de schermen mocht kijken.


Over Dromen

Er bestaat een interview met van Overbeek waarin hij mijmert over inspiratie, techniek en ideaal. "Schoonheid is dun", zegt hij ergens. De voorgaande zin ging over de dunne lagen olieverf op zijn doeken, maar daar sloeg de uitspraak tot mijn geruststelling niet op, al stond dat er niet bij. En trouwens, wat dan nog. Het mag dan zo zijn dat grappenmakers wijze mensen kunnen zijn, maar aan hun woorden hoor je dat niet te horen, uw buikpijn van het lachen is in zo'n geval de maatstaf. Ik vraag mij af, droomt de nar van wijsheid en hunkert de wijze naar humor? Hoe zou een Nederlandse koe zich voelen als het lied "Het gras zal altijd groener zijn aan de andere kant van de heuvels" in zijn volle betekenis tot haar beleven kon doordringen? Zo heeft ieder zijn onvoorstelbare droom. Maar nog is deze ode niet voltooid. Het woord immers zegt het al, het kan altijd mooier, je blijft je hele leven hopen, en dan, van Overbeek vertelt het tussen neus en lippen door: hij droomde ergens in de jaren zeventig over een stilleven met licht en glas. De droom, zegt hij, heeft hem geholpen zijn draai te vinden. Als Olav Cleofas van Overbeek niet zo'n ontspannen persoonlijkheid was, zou ik zeggen: lijkt mij een prachtig understatement, want ik zou in zo'n geval voortaan rusteloos door het leven gaan, immer zoekende naar de vervulling van mijn droom, als naar de pot met geld die wacht waar de regenboog de aarde raakt. Maar ik moet toegeven, ook ik heb mijn fata morgana, mijn ijdele hoop, mijn onverzadigbare zucht naar wat ik tot vervelens toe samenvat tussen twee maal drie stippeltjes: ...op zoek naar adembenemende schoonheid..., en ik realiseer me, hoe onwaarschijnlijk het ook klinkt, net op tijd en licht verlegen, alsof het een kruis is dat ik te dragen heb, dat ik die bij voortduring onder handbereik heb.

Olav Cleofas van Overbeek:

"Op de Rietveldacademie had ik veel tijd om schilderkunstig te experimenteren, van abstract tot zeer realistisch. De academie stond om de hoek van het Rijksmuseum en het "Stedelijk", zodat ik me steeds kon spiegelen aan allerlei stijlen.
Ik was vroeger een nogal teruggetrokken persoon, en liep veel in de duinen, waar ik toen woonde, en langs het strand. Bijna iedere avond klom ik duintoppen op om de zonsondergang te zien. Vaak werd ik tijdens die wandelingen geraakt door de schoonheid en de wijdsheid van het landschap en het uitzicht. Ik had enorme behoefte om te vertellen van die ervaringen en dit deed ik dan door het landschap te tekenen en te schilderen."

"Zo rond mijn 18e begon ik me te interesseren voor mystiek: de ervaring van eenheid van alles. Ik was bezig met zen Boeddhisme en het monnikendom. Die eenheidservaring heeft mij ertoe gebracht om al die indrukken van schoonheid uit de natuur samen te brengen in de eenvoud van een stilleven. Ik heb ook erg getwijfeld of ik in een klooster zou gaan. Het is anders gelopen. Wel zijn mijn schilderijen doordrongen van de stilte en de concentratie in het klooster."

"De bindende factor in mijn werk is het licht. Ik gebruik een kom, een ei of een vrucht om het licht te kunnen schilderen in al zijn hoedanigheden. Eigenlijk onderbreek ik het licht, laat het door de objecten breken in kleuren en schaduwen. In porcelein wordt het licht helder teruggekaatst, terwijl glas de ruimte heel subtiel accentueert. Een ei laat de zachtheid zien van het licht. Ieder voorwerp laat een eigenschap van het licht zien: meedogenloos, zacht, helder of kleurrijk. Dit spel van het licht is mijn dagelijkse inspiratiebron en blijkt onuitputtelijk."

"Ik schilder altijd naar een bestaand object of stilleven. Het begint met eindeloos gerommel, met voorwerpen en gekleurd papier, geschuif met tafels, weglopen en weer terugkomen en opnieuw een fles of een kom uit de voorraad pakken, andere dingen weer wegzetten. Dat put me zeer uit.
Zo, vertrouwende op het moment van het ultieme stilleven, ben ik soms lang aan het rotzooien, zoals Karel Appel dat noemt. Als ik dan eenmaal een mooi stilleven heb samengesteld, bepaal ik het formaat van het doek. En daarna kan ik gaan schilderen."
        




















































TOP