BACK BACK to Publications

exhibition 2000 - Anneke van Brussel - catalogus



Deze catalogus is verschenen ter gelegenheid van de tentoonstelling van Anneke van Brussel, 7 oktober t/m 11 november 2000, en is samengesteld en geschreven door Koen Nieuwendijk. (16 pagina's, 28 afbeeldingen in kleur, ISBN 90 70402 122)



V e r z a m e l d e    D r o m e n

Verzamelingen

Zou Anneke van Brussel, met die poŰtische passie voor verzamelingen van voorwerpen, soms streng gerangschikt, soms chaotisch dooreen gelegd, heel misschien, ergens ver verborgen in haar gedachten, denken dat zij haar wereld kan bezweren door een proces van inventarisatie?

Er zijn mensen die eraan hechten ons voor te houden dat onze hersenen niet te vergelijken zijn, nooit te vervangen zijn door een computer, en ook niet door onszelf te maken zijn. Er zijn er ook die ervan overtuigd zijn dat het slechts een kwestie van tijd is dat de mens kunstmatig gereproduceerd kan worden, om de eenvoudige reden dat wij allen uiteindelijk zijn opgebouwd uit positieve en negatieve ladingen, die met wat geduld en vakmanschap door onszelf tot elk gewenst resultaat gegroepeerd en gerangschikt kunnen worden.

En Anneke van Brussel? Natuurlijk zal ik haar die vraag niet stellen. Zij laat ons zien -bewijst zonder woorden- dat een eenvoudige schijnbaar rationele optelsom zich, als een rups die een vlinder wordt, aan ons, toeschouwers, manifesteert als een gevoel van weemoed, poŰzie en geheim. Onmogelijk te ontleden, en toch zo klaar als een droom.
    







Verse Vlinders

In gesprekken over de noodzaak van originaliteit, welk begrip overigens hardnekkig wordt verward met vernieuwing, hoort men wel eens doorklinken dat kunstenaars alles moeten weten voordat zij zelf aan de slag gaan. Al schrijvende besluit ik hier niet op in te gaan, en in plaats daarvan voort te borduren op het scheppingsproces zelf, dat uit een moeilijk te herleiden impuls kan voortkomen, maar net zo goed uit duidelijk traceerbare inspiratiebronnen.

In beide opzichten is het werk van Anneke van Brussel rijk aan aanknopingspunten. Veel van haar portretten, die overigens allemaal wel wat van haarzelf weg hebben, zijn ge´nspireerd op het werk van Piero della Francesca. Van sommige voorwerpen weet of vermoed ik dat die een rol hebben gespeeld in haar persoonlijk leven. De vraag of zij hiermee wil bijdragen aan de loop van de kunstgeschiedenis, de vraag alleen al, ik zie haar wenkbrauwen al in de hoogte schieten en hoor haar stem: wie, ik?- is onbelangrijk.

Een paar schilderijen in deze tentoonstelling knopen aan bij een schilderij van Jan van Kessel (1626 -1679), waarop meerdere insecten staan afgebeeld. Ik denk (weer vraag ik het haar niet) dat zij is gebiologeerd door de sfeer, die in dat schilderij anders is dan zoals die nu door onze geesten waart, en als impulsieve reactie daarop diezelfde insecten in haar eigen schilderijen heeft opgenomen. Wie durft te vragen of dat evolutie, vernieuwing of herhaling is, die antwoord ik dat zowel het onstaan van schoonheid als het consumeren ervan processen zijn die niet aan een rationele manier van toetsen mogen worden blootgesteld.
    









Muggen en Monumenten

Gevoelige mensen zijn de strengste die er zijn, mits zij weten hoe dat kenbaar te maken, althans als wij daarvoor openstaan. Zo heb ik ervaren dat Anneke van Brussel, die zˇ begaan is met alles wat leeft, dat zij zelfs de mug, die zich op haar arm te steken zet, plet noch verjaagt, haar tactloze medemens in de wereld van het geschreven woord rigoreus over de kling kan jagen. Het strengste echter is zij voor zichzelf. Dat is moeilijk te bewijzen, maar zie die sobere rijen schelpen, uien, bieten, die zich als monumenten van eenvoud met strak gedoseerd sentiment aan ons voordoen. MŔt de muggen en consorten kan ook de plantenwereld zich verheugen in de goedertierendheid van Anneke van Brussel. Haar volkstuin is een toonbeeld van welige flora, waar onkruid mag wedijveren met gecultiveerde tuingewassen. Regelmatig voer ik met haar gesprekken over de status van een gewas: is het nu onkruid of niet? Dat kan soms tot moeilijke situaties leiden, want menig vrij gewas legt een grotere voortvarendheid aan de dag dan erkende siergewassen, en dan moet je soms wel ingrijpen. Maar zelfs de tuin mag zich niet met haar werk bemoeien, die mag al blij zijn als een enkel blaadje, of een boom in de verte, zo terloops op een schilderij terecht komt. En de mug, die moet uitkijken dat hij niet met zijn poten in de vernis terecht komt.
    







BACK